Hennep telen voor een hogere opbrengst: ras, bodem, zaaidichtheid en bemesting

/modules/xipblog/img/culture-de-chanvre.png Hennep telen voor een hogere opbrengst: ras, bodem, zaaidichtheid en bemesting

Wie hennep teelt, haalt de beste opbrengst met vier keuzes: het juiste ras, een goed voorbereide bodem, de juiste zaaidichtheid en een uitgekiende bemesting. Hennep wordt al duizenden jaren geteeld. De plant is robuust en breed inzetbaar, en de vraag naar vezels, zaden en extracten zoals CBD groeit. Wie de teelttechniek beheerst, heeft dus een voordeel. Hieronder de praktijk, met de cijfers die telers gebruiken.

Welk hennepras kies je?

De rassenkeuze bepaalt voor een groot deel hoeveel je oogst. Er spelen meerdere factoren mee.

Voor professionals die CBD willen telen, heeft Deli Hemp gecertificeerde CBD-zaden in het aanbod. Ze komen van rassen uit de officiële Europese rassenlijst, zoals Strawberry Gorilla en Purple Punch bij het schrijven van dit artikel in oktober 2024. De zaden zijn conform het Franse recht (delta-9-THC ≤ 0,3%), en elke partij wordt geleverd met de vereiste certificaten voor conformiteit en traceerbaarheid. Ze zijn geselecteerd op opbrengst, robuustheid en cannabinoïdenpotentieel. Daarnaast vind je in ons aanbod autoflower-zaden.

Of je hennep mag telen en zaden mag doorverkopen, en onder welke voorwaarden, verschilt per land en kan strenger geregeld zijn dan in Frankrijk. Controleer de regels in je eigen land voordat je bestelt.

Een ras dat bij je klimaat past

Hennep groeit bij temperaturen tussen 7 en 30 °C en past zich aan veel klimaten aan. Voor het beste resultaat kies je toch een ras dat bij jouw klimaat past.

In koelere streken, zoals Noord-Europa, kies je beter voor snelgroeiende rassen die vroeg bloeien. Zo omzeil je de herfstregen en het risico op schimmel. In het warmere zuiden van Europa heb je meer keuze, met een groeiseizoen dat vaak langer duurt.

Opbrengstpotentieel

Moderne rassen zijn geselecteerd op een hoge opbrengst, aan vezels of aan zaad.

Teel je alleen voor stro, zonder te dorsen, kies dan late rassen. Die groeien langer en vormen meer biomassa.

Wil je zowel zaad als stro oogsten, in een gedorste teelt, dan passen vroege of halfvroege rassen beter. Ze geven een goed evenwicht tussen zaad en stro.

De opbrengst hangt sterk af van de teeltomstandigheden. Onder ideale omstandigheden halen sommige rassen tot 8 ton per hectare per jaar, ongeveer het dubbele van vlas.

Weerbaarheid tegen ziekten

Hennep is weinig vatbaar voor de meeste virus-, bacterie- en schimmelziekten. Dat scheelt gewasbeschermingsmiddelen, wat zowel economisch als ecologisch voordelig is.

De rassen die telers vandaag krijgen aangeboden, zijn populatierassen. Ze zijn robuust en genetisch niet uniform in hun weerstand. Breekt er een ziekte uit, dan wordt meestal maar een klein deel van de planten getroffen, en blijft de schade voor het hele gewas beperkt.

Blijf wel alert op opkomende problemen. Bremraap, een parasitaire plant, kan in sommige regio's veel schade aanrichten. Veredelaars werken aan rassen die er tolerant of resistent voor zijn.

Hoe bereid je de bodem voor?

De bodembewerking bepaalt voor een groot deel of de teelt slaagt. Neem er de tijd voor.

Diep ploegen

Hennep heeft een penwortel en heeft daarom een diepe, goed doorluchte bodem nodig. Op zware gronden, zoals klei, ploeg je bij voorkeur in de winter. Dan is de grond bij het zaaien fijn en kruimelig. Op lichte gronden volstaat een voorjaarsploeging.

Vermijd bodemverdichting, want die remt de wortelgroei. Werk met werktuigcombinaties om het aantal passages over het perceel te beperken. Dubbellucht of lagedrukbanden helpen ook om de bodemstructuur te sparen.

Is de structuur goed over een diepte van 0 tot 30 cm, dan kan een ondiepe bewerking van 7 à 8 cm volstaan. In sommige omstandigheden is zelfs directe inzaai mogelijk, al vraagt die techniek ervaring.

Een fijn zaaibed

Een fijn zaaibed is de basis voor een goede opkomst. Werk de grond na het ploegen bij met een tandwerktuig. Dat maakt de grond losser voor de wortels, warmt het zaaibed op en voorkomt dat de bovenlaag uitdroogt.

Op percelen met veel onkruid loont een vals zaaibed. Je maakt de grond klaar alsof je gaat zaaien, wacht tot het onkruid opkomt en vernietigt het dan, bij voorkeur mechanisch. Zo daalt de onkruiddruk flink.

Het zaaibed moet fijn genoeg zijn voor een goed contact tussen zaad en grond. Op verslempingsgevoelige gronden maak je het niet te fijn, anders vormt zich een korst.

Gewasresten

Hennep past goed in een vruchtwisseling en is een uitstekende voorvrucht voor granen, vergelijkbaar met luzerne of erwten.

Is het stro van de vorige teelt niet geoogst, dan kun je het rollen of de hele winter laten liggen om te verteren. Dat verrijkt de bodem met organische stof en verbetert de structuur.

Hennep laat na de oogst zelf een losse, luchtige bodem achter. Vaak kun je de volgende teelt dan zonder ploegen inzaaien, wat tijd en kosten bespaart.

Hoe dicht zaai je hennep?

De zaaidichtheid heeft een directe invloed op de vorm van de planten en de kwaliteit van de oogst.

De juiste dichtheid

De ideale dichtheid hangt af van je teeltdoel en je omstandigheden. Voor een gemengde oogst van zaad en stro mik je meestal op 200 tot 250 opgekomen planten per vierkante meter. Dat komt neer op 40 tot 50 kg zaad per hectare, afhankelijk van het duizendkorrelgewicht van het ras.

Het effect van de zaaidichtheid op de opbrengst aan stro of zaad is beperkt, maar de invloed op de vorm van het gewas is groot. Een hogere dichtheid geeft dunnere en kortere stengels, een lagere dichtheid stevigere planten.

Voor een niet-gedorste teelt, alleen voor stro, wordt een zaaidichtheid van ongeveer 40 kg/ha aangeraden. Voor een gedorste teelt, waarbij je zaad en stro oogst, is een lagere dichtheid van 30 kg/ha beter.

Rijafstand

Hennep wordt meestal in rijen gezaaid met een gewone graanzaaimachine met kouters. De rijafstand kan variëren van 9 tot 17 cm, maar hoe smaller, hoe beter: het gewas sluit sneller en onkruid krijgt minder kans.

Zaai zo regelmatig mogelijk, voor een gelijkmatige opkomst en groei. Een onregelmatige zaai zorgt voor ongelijke concurrentie tussen de planten en drukt de totale opbrengst.

Zaaidiepte

Zaai op hoogstens 2 tot 3 cm diepte. Dan vindt het zaad genoeg vocht om te kiemen en komen de kiemplanten vlot boven.

Te ondiep gezaaid zaad droogt uit en is een makkelijke prooi voor vogels, die er dol op zijn. Te diep gezaaid zaad komt slechter op, vooral op leemgronden die gevoelig zijn voor verslemping.

Houd de zaaidiepte zo gelijk mogelijk over het hele perceel. Een goed afgestelde zaaimachine in goede staat is daarvoor onmisbaar.

Rol de grond na het zaaien aan. Dat verbetert het contact tussen zaad en grond en daarmee de kieming. Het effent ook het perceel en drukt stenen aan die bij de oogst kunnen hinderen.

Hoe bemest je hennep?

Een evenwichtige bemesting, afgestemd op de behoeften van de plant, geeft de beste resultaten.

Wat heeft hennep nodig?

Hennep vraagt minder voedingsstoffen dan veel andere gewassen. Voor een opbrengst van 8 ton stro en 10 kwintaal zaad per hectare gelden deze geschatte behoeften, in eenheden (kg) per hectare:

  • Stikstof (N): ongeveer 120 eenheden per hectare
  • Fosfor (P): 100 eenheden per hectare
  • Kali (K): 300 eenheden per hectare
  • Calcium (Ca): 320 eenheden per hectare

Vooral de kalibehoefte is hoog, met zo'n 300 eenheden per hectare. De afvoer met de oogst ligt rond 150 eenheden. Ook calcium is belangrijk, met een behoefte die vergelijkbaar is met die aan kali.

Gespreide giften

Met stikstofbemesting vul je aan wat de bodem zelf levert. Hennep neemt stikstof vooral op tussen het stadium van drie bladparen en het einde van de bloei. Meestal wordt alles bij het zaaien gegeven, maar een gespreide gift kan de zaadopbrengst verbeteren.

Een beproefde aanpak: twee derde van de dosis bij het zaaien en een derde wanneer het gewas ongeveer 50 cm hoog is (5 à 6 bladparen). Geef die tweede gift op een droog gewas en uitsluitend in vaste vorm.

Organische meststoffen

Organische meststoffen hebben voor hennep meerdere voordelen. Ze zijn van plantaardige of dierlijke oorsprong, zoals mest, compost of zeewier, en leveren veel macro- en micronutriënten en enzymen die de plant nodig heeft.

Ze geven hun voedingsstoffen geleidelijk af, waardoor het risico op overbemesting en verbranding kleiner is dan met kunstmest. Bovendien verbeteren ze de bodemstructuur en stimuleren ze het bodemleven.

Gebruik ze in kleine hoeveelheden en bouw geleidelijk op. Stem de dosis af op het ras en op de omstandigheden van je perceel.

Met een doordachte rassenkeuze, een zorgvuldige bodembewerking, de juiste zaaidichtheid en een uitgekiende bemesting leg je de basis voor een krachtig gewas en een ruime oogst.

Contact